Home » Nieuws

Bevolkingskrimp vraagt om bestuurlijke moed en solidariteit

Drenthe telt in 2040 ruim 15.000 inwoners minder dan nu het geval is. Het aantal inwoners van de gemeente Hoogeveen stijgt tot 2040 naar 58.300.

Vooral de plattelandsgemeenten moeten het ontgelden. Ze krijgen te maken met een sterke afname van de bevolking, meer ouderen en minder kinderen. Dit heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid van het platteland. Er is bestuurlijke moed voor nodig om de problemen aan te pakken.

Dit blijkt uit de ‘Bevolkingsprognose Drenthe 2009’ die in opdracht van de provincie Drenthe is opgesteld. De prognose betreft de periode 2010-2040 en gaat in op de demografische ontwikkelingen per gemeente en de provincie in totaal.

Anno Wietze Hiemstra, raadslid CDA Hoogeveen: “Na jaren van groei staat ons in de komende jaren bevolkingskrimp te wachten. Nu wonen er 491.000 mensen in Drenthe, in 2040 zullen dat er 474.500 zijn. Je zou op basis van deze cijfers gemakkelijk kunnen zeggen: over het geheel genomen valt het nog wel mee. Er zijn wat minder mensen, maar er gaan ook minder mensen in 1 huis samen wonen, kortom: er zullen weinig zichtbare veranderingen zijn. Daarbij is het ook iets dat pas over 30 jaar gaat plaatsvinden, dus wacht eerst maar even af. Toch is dat te kort door de bocht.”

Er zijn namelijk wel wat kanttekeningen te plaatsen. Zo geven de cijfers een vertekend beeld.  Hoogeveen, Assen en Meppel hebben in 2040 juist meer inwoners dan nu het geval is. Het aantal inwoners in Emmen en Coevorden blijft min of meer gelijk, terwijl de bevolkingsafname vooral te zien is in de plattelandsgemeenten. Er zijn grote verschillen binnen Drenthe, waarbij het opvallend is dat vooral de stedelijke gebieden qua aantal inwoners groeien of stabiel blijven. Dit past goed in de landelijke en mondiale tendens. Naast bevolkingskrimp krijgen we in Drenthe ook heel nadrukkelijk te maken met de vergrijzing. In heel Drenthe zijn er in 2040 bijna 58.000 65-plussers meer dan nu het geval is. Ter vergelijking: dat is meer dan het totale aantal mensen dat nu in Hoogeveen woont. Dat vraagt forse investeringen in zorg, aanpassingen van woningen, bereikbaarheid e.d.

Ook het totaal aan kinderen/jongeren neemt af. In sommige Drentse gemeenten zullen in 2040 ruim 50% minder kinderen/jongeren wonen dan nu het geval is. Ook hier geldt dat deze afname zich vooral in de plattelandsgemeenten afspeelt. Het is dan ook niet moeilijk om aan te geven welke problemen er dan gaan spelen. 50% minder kinderen op een dorpsschool met 30 leerlingen? Problemen dus met het instandhouden van (basis) voorzieningen als scholen, peuterspeelzalen, kinderopvang e.d.

Hiemstra: “Het klinkt alsof de bevolkingsafname en verandering toekomstmuziek is. 2040 duurt nog erg lang, wie dan leeft wie dan zorgt. Toch is dat niet het geval. Gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo, Westerveld en De Wolden hebben in 2015 al met een afname van het aantal inwoners te maken. Het is dus zaak om nu al bij plannenmakerij in te spelen op de komende veranderingen. Ambitieuze en onrealistische plannen moeten in de ijskast. Daar is bestuurlijke moed voor nodig omdat iedereen graag wil uitbreiden en sommige plannen al in een vergevorderd stadium zijn. In Drenthe moeten we samenwerken en inspelen op de veranderende wereld. De plattelandsgemeenten kunnen dit niet alleen. Iedereen heeft er belang bij dat Drenthe aantrekkelijk blijft en goede voorzieningen heeft.”

Hoogeveen zal de komende jaren gestaag doorgroeien van 54.800 inwoners in 2010 naar 58.300 inwoners in 2040. Het aantal jongeren en de beroepsbevolking in 2040 blijft ten opzichte van 2010 nagenoeg gelijk. De groei van het aantal inwoners komt vooral voor rekening van het aantal ouderen. Het aantal 65-plussers zal met ruim 5.000 groeien. Door gezinsverdunning (kleinere gezinnen, meer alleenstaanden) zal het aantal huishouden in Hoogeveen met 2500 stijgen.

Hiemstra: “Voor Hoogeveen lijken de gevolgen mee te vallen. We moeten ervoor zorgen om het geplande aantal te bouwen woningen ook tijdig te realiseren. Daarnaast zullen we ons moeten voorbereiden op de gevolgen van de vergrijzing. Met de vastgestelde fysieke structuurvisie hebben we daarvoor een mooi handvat die ook nu nog actueel is. We moeten naast het behouden van de goede sociale voorzieningen vooral inzetten op een goede omgevingskwaliteit. Daarbij gaat het om een goede ruimtelijke inrichting (voorkomen van verrommeling binnen en buiten de bebouwde kom), kwalitatief degelijke en goede bebouwing en goed onderhoud van de omgeving. We kunnen beter een bestaande woonwijk opwaarderen dan een nieuwe woonwijk aanleggen.”

Tijdens een bijeenkomst van de CDA-bestuurdersvereniging op maandag 30 november jl. wees Tweedekamerlid Bas-Jan Bochove op voorbeelden in Zuid-Limburg, Zeeuws Vlaanderen en Oost-Groningen. Ook daar is sprake van bevolkingskrimp. Elk gebied vraagt om een eigen aanpak. Bewustwording van het probleem is daarbij een eerste noodzakelijke stap.

02-12-2009

Anno Wietse Hiemstra



Reacties

Reacties op dit artikel zijn gesloten.