Home » Nieuws
Speelautomatenhallenverordening
Inleidend
Op 13 juli jl. is voor de derde keer in vier jaar de gokhallendiscussie gevoerd.
Na de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen lijkt een nipte meerderheid (1 stem verschil) van PvdA, Groenlinks en de VVD voor het loslaten van het nulbeleid te zijn, om daarmee de weg voor de komst van een nieuw uitgaanscentrum mogelijk te maken. Het college is op verzoek van de PvdA met een voorstel gekomen om (wanneer besloten wordt het nulbeleid los te laten) maximaal 2 gokhallen met maximaal 100 automaten toe te staan in het centrumgebied (omsloten door: Schoolstraat, Grote Kerkstraat, Hoofdstraat, Brinkstraat, Industrieweg, Prins Mauritsstraat en de Willemskade). Hiernaast zullen aan de vergunning van de burgemeester nog diverse voorwaarden worden gekoppeld.
Uit de eerdere discussies was al duidelijk geworden dat er van gemeentezijde vrijwel uitsluitend voorwaarden aan een gokhal verbonden kunnen worden ter bescherming van de openbare orde en veiligheid. Schijnbaar waren de voorstanders dit tijdens de verkiezingstijd vergeten. Steeds werd aangegeven dat er door het toestaan van 1 of meer gokhallen een nieuw uitgaanscentrum in Hoogeveen zou verrijzen. Daarbij werd door de voorstanders in elk geval de suggestie gewekt dat er een directe koppeling tussen de te realiseren gokhal en het nieuwe uitgaanscentrum gelegd zou gaan worden. Vandaar ook dat in de bijdrage van het CDA gewezen werd naar het ontbreken van de koppeling tussen de gokhal en het uitgaanscentrum. Ons was duidelijk geworden uit de eerdere discussies dat dit wettelijk gezien niet mocht en hier wilden wij de voorstanders graag op aanspreken. Hebben ze de kiezers geen worst voorgehouden die nu niet te eten is? Daarmee doelend op het ontbreken van de vermeende koppeling (geen gokhal zonder uitgaanscentrum), waarbij kiezers steeds is voorgehouden: "we accepteren een gokhal en krijgen een uitgaanscentrum." Het kan afgaande op de verordening nu straks best zo zijn dat er geen uitgaanscentrum (disco e.d.) komt, maar wel 2 gokhallen. Dat is toch niet de bedoeling geweest van de voorstanders??
Het CDA is en blijft tegen het loslaten van het nulbeleid om mensen die gevoelig zijn voor gokverslaving niet onnodig in de verleiding te brengen. Omdat het er nu toch op lijkt dat het nulbeleid losgelaten gaat worden (ondanks het ontbreken van de koppeling), zoeken we nu naar een manier om in de verordening, ondanks de komst van een gokhal, zoveel mogelijk waarborgen ter voorkoming van verslaving in te bouwen.
In onderstaande notulen vindt U de inbreng van de verschillende fracties, ook de bijdrage van onze CDA-fractie, verwoord door Anno Wietse Hiemstra.
Aan de orde is het voorstel tot onder meer het vaststellen van de Verordening op de speelautomatenhallen.
De voorzitter constateert dat er zich niemand heeft gemeld voor gebruikmaking van het spreekrecht. Hij opent vervolgens de beraadslaging.
Klok (VVD) geeft aan de hand van zijn hieronder opgenomen bijdrage het standpunt van zijn fractie weer.
Inhoudelijk is er al veel gediscussieerd over het al of niet toestaan van één of meerdere amusementshallen in onze gemeente. Deze discussie willen we niet opnieuw starten.
Onze fractie heeft van het begin af aan gemeend (en met onderbouwing) dat Hoogeveen amusementshallen binnen haar grenzen onder bepaalde voorwaarden en handhavende bepalingen toe kan staan.
Vanavond zal er eindelijk duidelijkheid moeten komen. Dat zijn we aan de inwoners van Hoogeveen, en aan de kiezers die om hun moverende redenen op de zittende partijen hebben gestemd, verplicht. We willen toch geloofwaardig overkomen met elkaar.Belanghebbenden (en wij als bestuursorgaan) zijn maar al te lang bezig met het discussiëren over wat wel en niet kan en mag.
Partijen die voor en na de verkiezingen tegen waren, wisten en weten (ook tijdens de coalitiebesprekingen) dat wanneer men geroepen zou worden om zitting te nemen in het bestuurscollege van Hoogeveen, dat men dan ook de volle verantwoordelijkheid, ook in principieel opzicht, op zich zou moeten nemen over de beslissing om gokhallen ja of nee toe te staan.
Blijkbaar vindt de PvdA het goed om in een college te zitten die bij de start al verdeeld is over zo"n belangrijk punt en die zo"n grote beroering heeft veroorzaakt onder de Hoogeveners. Bovendien is het vreemd dat het CDA en de Christen Unie, en de PvdA, binnen het college, verschillende standpunten innemen. Politiek gezien is dit niet wenselijk en getuigt van een zwak beleid en een broos collegebestuur.
In de landelijke politiek zou een dergelijke situatie zeker tot een crisis leiden, maar in Hoogeveen steekt men de handen in de hoogte: "Hier staan we, we kunnen niet anders!" en daarmee geeft het college te kennen dat men de te verwachten meerderheid van stemmen eenmaal moet volgen ondanks de principiële bezwaren van de betreffende fracties. We zijn benieuwd hoe de fracties van het CDA en de ChristenUnie dit zullen opvatten.
Zij wisten bij de vorming van het college dat bij dit onderwerp geen meerderheid te behalen viel, gezien het stemgedrag van de onderlinge partijen. De VVD fractie wil tegen het CDA en de ChristenUnie zeggen: " of u laat uw principes varen en het voorstel tot vrijlating van de nuloptie ondersteunen óf tegen het voorstel stemmen en u terugtrekken uit een college die een besluit moet uitvoeren waar u principieel nu eenmaal niet achter kunt staan.
Reinders (CDA) vraagt of de VVD dan klaar staat om de vacatures op te vullen.
Braam (ChristenUnie) verklaart dat bij de totstandkoming van het coalitieakkoord partijen uitvoerig over deze zaak hebben gesproken en dat de ChristenUnie en het CDA hebben uitgelegd dat zij niet anders denken dan voorheen, zoals hij straks nader zal verklaren, maar dat er veel meer zaken zijn die het belang van de coalitievorming zoals die tot stand is gekomen, ondersteunen.
Klok (VVD) geeft aan dat hij benieuwd is wat de principes van de ChristenUnie waard zijn.
Braam (ChristenUnie) stelt dat dit niets met principes van doen heeft.
Steenbergen (Gemeentebelangen) concludeert hieruit dat de ChristenUnie alle principes overboord gooit.
Braam (ChristenUnie) acht het niet nodig hierop te antwoorden.
Klok (VVD) vervolgt zijn betoog. Het college heeft voorgesteld twee gokhallen toe te staan. Het college weet dat het om ondernemingen gaat die zich zelf moeten weten te bedruipen. "Hun eigen broek ophouden" noemt men dat.
Enerzijds is de VVD-fractie van mening dat het college zich niet mag mengen in de marktwerking, immers één of twee van dergelijke ondernemingen zouden een te beschermende positie kunnen verwerven omdat ze geen concurrentie hoeven te verwachten van een derde.In een gezonde marktwerking past geen concurrentiebescherming. Er is toch ook geen maximum gesteld aan bijvoorbeeld het aantal snoepwinkels of slijterijen?
Steenbergen (Gemeentebelangen) vraagt of Klok hiermee wil zeggen dat hij tegen het voorstel is.
Klok (VVD) geeft aan dat hij dat niet zegt.
Hij gaat hierna verder. Als werkelijk 100 speelautomaten per vestiging en één speelhal per 30.000 inwoners rendabel zouden zijn, dan zal de marktwerking dit zelf wel oplossen.
De jeugd heeft gevraagd om een uitgaanscentrum. De Hoogeveense jeugd moet binnen de gemeentegrenzen mogelijkheden hebben om uit te gaan. Daaraan wil de fractie van de VVD werken en tegelijk ook aan een goede opzet en begeleiding van deze zelfde jeugd. Deze verantwoordelijkheid nemen wij.Wanneer we praten over kwalitatief hoogwaardige voorzieningen plaatsen we vraagtekens of er vergelijkbare speelautomatenhallen mogelijk zijn binnen het door het college bepaalde gebied.
Als argument wordt handhaving van veiligheid genoemd. Is het niet zo dat met de bepalingen die in de verordening zijn opgenomen deze veiligheid gewaarborgd wordt door de ondernemers zelf? Het risico dat de vergunning wordt ingetrokken bij het niet naleven van de verordening zal men niet lopen gezien de grote van de investering.Daarom heeft de VVD fractie de volgende vragen aan het college die we eerst beantwoord willen hebben alvorens tot besluitvorming over te gaan:
· Waarom is er gekozen voor maximaal twee speelautomatenhallen en niet voor vrije marktwerking?
· Waarom kiest men voor een beperking van het gebied gelet op ons argument van handhaving van de verordening en het risico van vergunningintrekking?
· Waarom vindt er een evaluatie plaats na 4 jaar? Wat valt er te toetsen? Geeft u hiermee aan dat het uw bedoeling is om aan de dan geí¯nstalleerde raad de mogelijkheid te bieden het nulbeleid weer in te stellen?
Een verdeeld college, een beperking van het aantal speelautomatenhallen, in een beperkt gebied. Daarover wil de fractie meer uitleg.
Van de Belt (GroenLinks) vraagt aan Klok wat de jeugd te zoeken heeft in een gokhal.
Klok (VVD) zegt dat de jeugd wel wat heeft aan een uitgaanscentrum.
Van de Belt (GroenLinks) merkt op dat we hier toch beslissen over een of meer amusementscentra of speelautomatenhallen.
Klok (VVD) verwijst naar de eerdere discussie hierover. Het gaat er nu niet over, maar hij wil het toch graag meenemen.
Hiemstra (CDA) vraagt of Klok met amusementshal een speelautomatenhal bedoelt of is dat een speelautomatenhal samen met een uitgaanscentrum.
Klok (VVD) geeft aan dat hij dit laatste bedoelt. De discussie gaat nu niet over een koppeling. Het gaat nu alleen over het loslaten van de nuloptie voor de gokhallen.
Hiemstra (CDA) vraagt of de VVD die koppeling wil.
Klok (VVD) herhaalt dat dat niet de vraag van deze avond is.
Hiemstra (CDA) vraagt of Klok tevreden is over de wijze waarin in de verordening die voorligt de koppeling tot stand is gebracht en of er voldoende voorwaarden in de verordening staan om het doel van de VVD te bereiken.
Klok (VVD) meent dat dit inderdaad zo is omdat er staat dat er een kwalitatief hoogstaande voorziening moet komen.
Braam (ChristenUnie) geeft het standpunt van zijn fractie weer. De ChristenUnie is altijd duidelijk geweest. Zij wil geen speelhallenvoorziening in Hoogeveen. De opvattingen zijn bekend. De standpunten van de andere partijen zijn ook duidelijk en hij respecteert die. Over het loslaten van de nuloptie wijst hij erop dat de discussie weer is begonnen omdat een ondernemer een plan had voor een uitgaanscentrum op de locatie van de voormalige Mauritshof. Eigenlijk zegt de ondernemer dat hij dat uitgaanscentrum niet kan exploiteren zonder speelhal.
Er is niets mis met dit standpunt, maar Hoogeveen heeft een nulbeleid. De meerderheid van de raad besloot toen de nuloptie te handhaven. In de verkiezingscampagne heeft het plan voor een uitgaanscentrum voor de jeugd een grote rol gespeeld. De partijen moesten zich daarover uitspreken. De essentie was dat men een uitgaanscentrum wilde en dan een speelhal op de koop toe accepteerde. Dat is ook gevraagd in het jongerendebat en door een aantal politieke partijen overgenomen. De vraag is nu of we een uitgaanscentrum krijgen als we de nuloptie loslaten. En hebben de kiezers inderdaad uitgesproken dat de nuloptie moet worden losgelaten als het niet gekoppeld is aan een uitgaanscentrum. Hij verwacht dat de meerderheid van de raad zal instemmen met de verordening.
Hij vraagt zich af of met een krappe meerderheid daaraan uitvoering moet worden gegeven. Het is dan natuurlijk een democratisch genomen besluit en dat is voor de ChristenUnie een gegeven. De ChristenUnie wil dan ook niet buiten de discussie over de inhoud van de verordening blijven. Hij vraagt of in de verordening de minimumleeftijd van 21 jaar kan worden opgenomen. Hij vraagt of in artikel 7 niet nadrukkelijk een bepaling kan worden opgenomen met betrekking tot het voorkomen van verslaving. Hij vraagt of in artikel 8 een bepaling kan worden toegevoegd dat de vergunning wordt geweigerd als de speelhal niet is gekoppeld aan een uitgaanscentrum en dat de speelhal wordt gesloten als het uitgaanscentrum wordt gesloten.
Daarmee komen we dichter bij het realiseren van een uitgaanscentrum. Verder ziet de verordening er volgens de ChristenUnie goed uit. De ChristenUnie zal overigens op 7 september niet akkoord gaan met het voorstel. Hij vraagt zich tenslotte af wat de impact op de samenleving zal zijn bij een voorstel dat met zo"n krappe meerheid wordt aangenomen. Hij had liever gezien dat de ChristenUnie als enige partij tegen was, dan maken eventuele verschuivingen na de verkiezingen niet zo veel uit.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) stelt dat de ChristenUnie bij de collegeonderhandelingen dit resultaat heeft aanvaard.
Braam (ChristenUnie) geeft aan dat het bij de collegeonderhandelingen een realiteit was. Bij de installatie van het nieuwe college is hier ook al uitvoerig over gesproken en hij herhaalt wat hierover in het coalitieakkoord is opgenomen. Daar is de ChristenUnie mee akkoord gegaan. Hij wil nu niet die hele discussie herhalen.
Klok (VVD) zou dat wel graag willen omdat het een principekwestie is.
Braam (ChristenUnie) erkent dat zijn fractie principieel tegen een gokhal is en toch in het college is gestapt omdat de politieke realiteit is dat er voor deze periode nog veel op het bord ligt van het gemeentebestuur. De speelhallendiscussie is daar een onderdeel van, maar niet doorslaggevend voor de collegedeelname.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) geeft aan de hand van zijn hieronder opgenomen bijdrage het standpunt van zijn fractie weer.
Vanavond spreken we voor de zoveelste keer over locaties voor speelautomaten.Dit voorstel wijkt op slechts één punt af van het voorstel wat Gemeentebelangen de afgelopen jaren enkele malen heeft gelanceerd. Het gaat nu om 2 etablissementen in plaats van de door ons altijd voorgestelde optie van één.
De redenen waarom de niet principiële tegenstanders niet met het voorstel van Gemeentebelangen akkoord wilden gaan gelden in minstens even grote mate voor dit voorstel. Er werd toen gesproken over juridische procedures. Men wilde dat niet. Die kunnen er nu ook komen. Vrije marktwerking. Die zou er moeten komen, maar is er nu ook niet. Hoogwaardige kwaliteit(beauty contest).
Dit voorstel zou er wel eens toe kunnen leiden, dat het uitgaanscentrum voor de jeugd, want dat is toch de aanleiding van dit voorstel, er weer niet komt omdat er wel speelhallen komen maar geen uitgaanscentrum, zoals in het collegeprogramma staat. Afschaffing van de nuloptie garandeert immers niet dat er een uitgaanscentrum komt. Dus waar zijn we als gemeenteraad mee bezig?
CDA en ChristenUnie hebben in het collegeprogramma aangegeven dat ze dit voorstel zullen gedogen en mee zullen werken aan de uitwerking er van. Waarom gedogen ze dit?Juist om een uitgaanscentrum te krijgen.
Braam (ChristenUnie) stelt dat als de raad een meerderheidbesluit neemt de hele raad wordt geacht daaraan loyaal uitvoering te geven. We moeten dus soms uitvoering geven aan zaken die we minder plezierig vinden. Dat is democratie.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) vindt dat Braam nu al een stap verder is dan waar de raad op dit moment is. Het voorstel is nog niet aangenomen.
Braam (ChristenUnie) verklaart dat hij sprak in het algemeen en niet specifiek doelde op Gemeentebelangen.
Hierop vervolgt J. Steenbergen zijn betoog. Wat lees ik nu deze week in de Hoogeveense Courant? De heer Braam van de ChristenUnie vraagt zich af waar de gemeenteraad mee bezig is om over zo"n belangrijk onderwerp met de kleinst mogelijke meerderheid een beslissing te forceren. Hoe is deze opmerking te rijmen met het gedogen van dit voorstel?
Braam (ChristenUnie) wijst er op dat Steenbergen hem niet juist citeert. Hij maakt daar bezwaar tegen. Het woord forceren komt in het interview niet voor. Hij heeft vanavond al twee keer hetzelfde aangegeven. Hij vraagt Steenbergen hem goed te citeren en niet woorden uit hun verband te halen.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) geeft aan dat het niet zijn bedoeling was te citeren, maar zijn gevoel weer te geven dat hij kreeg toen hij de bewuste passage las.
Van de Belt (GroenLinks) is benieuwd wat Gemeentebelangen van het voorstel vindt en hoort vooral kritiek op anderen.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) geeft aan dat hij nog tot zijn conclusie moet komen.
Loof (PvdA) merkt op dat Steenbergen vooral heeft voorgelezen wat maandag al als ingezonden brief in de Hoogeveense Courant stond.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) vindt dat Loof dat niet goed heeft gelezen.
J. Steenbergen vervolgt zijn betoog. Laat duidelijk zijn: Gemeentebelangen blijft standvastig in haar standpunt. Wij willen maximaal één casinoachtig centrum onder de voorwaarde dat daar een uitgaanscentrum (discotheek) voor de jeugd door mogelijk wordt gemaakt.De voorstellen die gedaan worden zijn voor ons dus ook onacceptabel.
Klok (VVD) vraagt of hij Gemeentebelangen moet feliciteren omdat het voorstel van gemeentebelangen het heeft gehaald, met als enig verschil dat er nu twee hallen kunnen komen in plaats van één. Hij vraagt zich dan ook af waarom Gemeentebelangen tegen dit voorstel is. Wat is er mis met twee casinoachtige voorzieningen?
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) verwijst naar de eerdere discussie hierover en herhaalt dat uit onderzoek blijkt dat in Hoogeveen maximaal een hal met zeventig tot honderd speelautomaten rendabel is. In dit voorstel kunnen er maximaal tweehonderd speelautomaten komen. Dat zal leiden tot omzetproblemen bij de ondernemers. Die ondernemers zullen dan waarschijnlijk de wet gaan overtreden en zij zullen niet optreden tegen gokverslaving.
Klok (VVD) vraagt of Steenbergen hiermee bij voorbaat de ondernemer in bescherming wil nemen.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) stelt dat hij juist de gokverslaafde in bescherming neemt.
Loof (PvdA) vraagt wat Gemeentebelangen van de verordening vindt.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) vindt dat de verordening onvoldoende garanties biedt dat de ondernemers zich aan de regels houden. Maar in grote lijnen is Gemeentebelangen wel content met wat er in de verordening staat.
Van de Belt (GroenLinks) vraagt of dit betekent dat Gemeentebelangen vindt dat met deze verordening zo goed kan worden gehandhaafd dat de problemen waar Gemeentebelangen bang voor is, niet zullen ontstaan.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) ontkent dit, want Gemeentebelangen gaat niet akkoord met twee speelhallen. Als de verordening zou zijn gebaseerd op één speelhal was die akkoord.
Hiemstra (CDA) stelt dat het onjuist is dat Gemeentebelangen bij de vorige discussie is gekomen met een voorstel. Het college kwam toen op verzoek van gemeentebelangen met een voorstel. Gemeentebelangen heeft toen geprobeerd dat voorstel te wijzigen. Het is niet zo dat de enige wijziging nu ten opzichte van de versie die Gemeentebelangen voorstond is dat van één twee is gemaakt. Het amendement van Gemeentebelangen legde ook een koppeling met een megadiscotheek en een megabioscoop. Die koppeling staat niet in het voorliggende voorstel.
Hiemstra verwondert zich erover dat Steenbergen dit kennelijk nu over het hoofd heeft gezien. Bovendien kent de voorliggende conceptverordening niet allerlei dwingende bepalingen die wel in het vorige voorstel stonden, in artikel 5, zoals leeftijdsgrenzen, verplicht lidmaatschap van een brancheorganisatie en zo meer. Hij vindt het zorgelijk dat hij Steenbergen ook daarover niet hoort.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) voert aan dat hij in zijn betoog wel de koppeling met het uitgaanscentrum heeft gelegd.
Hiemstra (CDA) vraagt of dat inhoudt dat Gemeentebelangen nooit akkoord zal gaan met een verordening waarin die koppeling niet is gelegd.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) bevestigt dit.
Van de Belt (GroenLinks) geeft aan dat het onderwerp uitvoerig is voorbereid. Men is echter de discussie nog niet moe, zoals is te zien op internet waar voor- en tegenstanders elkaar met argumenten bestoken. Dat maakt heel wat los. Zij al gefeliciteerd met de doorslaggevende stem van GroenLinks in de gokhallendiscussie. De realiteit is dat er nu opnieuw een voorstel voorligt. GroenLinks gaat in grote lijnen akkoord met de verordening. GroenLinks wil echter de voorgestelde evaluatie na vier jaar graag veranderd zien. Het is jammer dat in een goed verhaal zo"n rare move wordt gemaakt. Deze evaluatie is onzin. Op basis van welke criteria wordt er geëvalueerd? Gaat het om het aantal mensen dat zich meldt bij Verslavingszorg Noord Nederland (VNN)? Dat is te meten, maar zegt alleen iets over de mensen die de weg naar de hulpverlening hebben weten te vinden en niets over een daling of stijging van het aantal probleemgokkers. En wat moeten de gevolgen zijn van de evaluatie? Welke gevolgen kan de gemeente daaraan verbinden? De verordening heeft ook geen experimenteel karakter dus daarvoor is ook geen evaluatie nodig. Dit soort evaluaties worden in de politiek wel eens gebruikt om een lastig voorstel er toch door te krijgen. Je suggereert dan dat je nog niet echt besluit. Voor zulke democratische mistbanken bedankt GroenLinks. Wat GroenLinks wel belangrijk vindt is de monitoring van de handhaving van de voorwaarden. Dat zou moeten gebeuren in het gemeentelijk jaarverslag. Kortom, met deze verordening durft GroenLinks de gok wel te nemen.
Loof (PvdA) geeft aan de hand van zijn hieronder opgenomen bijdrage het standpunt van zijn fractie weer.
De loopgraven zijn weer betrokken en de voor- en tegenstanders vliegen elkaar op internetfora en andere media alweer in de haren.
De PvdA-fractie heeft dan ook niet veel behoefte aan een uitvoerige publieke discussie over het fenomeen speelhallen. Niet omdat we niemand het recht op emoties misgunnen, maar omdat we denken dat er niemand meer van andermans gelijk te overtuigen valt.
De PvdA heeft de kiezer iets beloofd en het voorgestelde besluit voldoet aan onze opvatting dat een speelhal meer moet zijn dan een verzameling gokkasten in een donkere bedoening. De verordening voorziet in een beauty contest waar aanvragers aan deel moeten nemen en het kaf wordt nadrukkelijk van het koren gescheiden. De belangrijkste tekst uit de argumentatie van het voorstel is voor ons dan ook dat een speelhal een kwaliteitsimpuls moet vormen voor zowel de omgeving als voor het uitgaansleven. Dat biedt wat ons betreft voldoende garanties. Het zal veel vragen van de burgemeester en zijn adviseurs, maar mede door deze duidelijke verordening vast te stellen, hebben wij daar vertrouwen in.
Een aantal technische vragen over de verordening hebben we in de afgelopen week al beantwoord gekregen. Dus daar kom ik verder niet op terug. Er zijn nog twee kwesties waar wij mee zitten:
In de 1e plaats is dat de inleidende tekst in het raadsvoorstel. Daar staat een overzicht van de voorgestelde besluiten. De eerste luidt: Afzien van handhaving van de nuloptie ten aanzien van speelautomatenhallen. Is het niet zo dat wij door een verordening vast te stellen, de nuloptie automatisch verlaten? Met andere woorden: het eerste voorgestelde besluit lijkt ons overbodig. In het voorstel voor b&w staat deze zin niet opgenomen en wordt alleen gevraagd in te stemmen met het raadsvoorstel tot vaststelling van een verordening Kansspelen en speelautomatenhallen. Dat lijkt ons inderdaad wat er vanavond aan de orde is.
Ten tweede vinden wij het niet juist om na 4 jaar een evaluatie aan te bieden aan de raad nadat de verordening is vastgesteld. Want voor een ondernemer goed en wel aan de slag kan, zijn we misschien wel 2 of 3 jaar verder en wat valt er dan te evalueren? Wij stellen voor dat u de raad een evaluatie aanbiedt, 4 jaar nádat de ondernemer of ondernemers operationeel zijn geworden. De PvdA gaat dus niet zover als GroenLinks dat evalueren helemaal onzin vindt.
Verder stelt u in dezelfde paragraaf dat u in die evaluatie vooral rekening wilt houden met gegevens van Verslavingzorg Noord-Nederland (voorheen CAD) over de ontwikkeling van cliëntenaantallen. Op zich klinkt dat logisch maar hoe wordt dat dan gemeten? En moet er dan geen nulmeting aan vooraf gaan? En hoe gaat Verslavingszorg de link leggen tussen eventuele toenames of afnamen van gokverslaving enerzijds en de speelhallen anderzijds? En welk geografisch gebied wordt als uitgangspunt genomen? Hoogeveen? Drenthe? Half Nederland? Kortom, van nut en noodzaak om te evalueren zijn wij wel overtuigd maar de huidige tekst in het voorstel is naar ons idee niet overtuigend en niet realistisch.
Hoogeveen is een gemeente met ambities. Hoogeveen is ook een gemeente die wat de PvdA betreft haar verantwoordelijkheid moet durven nemen ten aanzien van een gevoelig onderwerp als speelhallen. De PvdA wil geen gemeente die gevoelige onderwerpen bij de buurgemeenten over de schutting kiepert. Hoogeveen is geen eiland op zich maar maakt deel uit van een samenleving waarin groepen volwassen mensen het leuk vinden om af en toe een gokje te wagen. Daar willen wij onze ogen niet voor sluiten en met de verordening zoals die vanavond ter discussie staat, hoeft dat ook niet.
Hiemstra (CDA) geeft aan de hand van zijn hieronder opgenomen bijdrage het standpunt van zijn fractie weer.
Vanavond spreken we voor de derde keer in vier jaar over het al dan niet loslaten van het nulbeleid voor gokhallen. Anders dan de voorgaande keren is het deze keer wel. Er zijn namelijk gemeenteraadsverkiezingen geweest, waarbij in de campagne het loslaten van het nulbeleid om zo de komst van een uitgaanscentrum mogelijk te maken, regelmatig in discussie is geweest. Het lijkt er nu op dat een meerderheid van deze nieuwe raad voor het loslaten van het nulbeleid is, om daarmee de weg voor de komst van een of meer uitgaanscentra mogelijk te maken.
Ik zal mijn bijdrage beperkt houden, omdat er eigenlijk weinig punten zijn die al niet in voorgaande discussies naar voren zijn gekomen. Kort wil ik ingaan om 3 punten, namelijk de relatie tussen uitgaanscentrum-gokhal, de verordening op zichzelf en als laatste het CDA-standpunt.
Relatie uitgaanscentrum-gokhalWe nemen een gokhal oftewel speelautomatenhal op de koop toe, we krijgen een groot (regionaal) uitgaanscentrum (lees discotheek). Dat is steeds de rode lijn geweest die door de discussies over dit onderwerp getrokken kan worden. We nemen een gokhal, we krijgen een groot uitgaanscentrum. Maar is dat nu ook zo? Welke waarborgen biedt het voorliggende voorstel dat we straks in Hoogeveen niet gewoon een of twee op zichzelf staande gokhallen krijgen? Volgens ons geen. Ik zeg dit met nadruk in de richting van de voorstanders.
Loof (PvdA) stelt dat Hiemstra zo voorbijgaat wat hij heeft gezegd over de beautycontest en wat daarmee samenhangt.
Hiemstra (CDA) geeft aan dat deze dingen niet in de verordening staan, maar alleen in de toelichting.
Loof (PvdA) vindt dat de toelichting deel moet uitmaken van de verordening.
Hiemstra (CDA) stelt dat deze bepalingen dat nu niet doen.
Hiemstra vervolgt zijn betoog. Aan de inwoners van deze gemeente is steeds aangegeven, laten we het nulbeleid los, dan krijgen we een groot uitgaanscentrum. Nu ligt er het langverwachte voorstel en is van een koppeling, voorwaarde of wat dan ook geen sprake. Welke garanties krijgen we? Geen. Kunnen we een aanvraag weigeren wanneer deze geen koppeling met een uitgaanscentrum heeft? nee. Kunnen we een verleende vergunning bij het verbreken van de koppeling op dezelfde grond intrekken? nee.
Wij en ook u moeten het doen met slechts een zin in de toelichting bij artikel 4 en ik citeer: "Niet alleen het toezicht binnen de speelautomatenhal, maar ook de verantwoordelijkheid voor de openbare orde in de nabije omgeving in relatie tot de aanwezigheid van de speelautomatenhal zal bij de vergunningverlening worden meegenomen. (En nu komt het:) Opwaardering van het omgevingsimago zal als een pluspunt worden beschouwd, evenals het leveren van een kwaliteitsimpuls voor het voorzieningenniveau."
Is dit nu de harde eis van een koppeling tussen een uitgaanscentrum en een gokhal waarop altijd is getamboereerd?Of en dit is een vraag waar we graag een antwoord op willen van u allemaal, bent u gewoon voor het loslaten van het nulbeleid ongeacht of daardoor nu wel of niet een uitgaanscentrum gerealiseerd gaat worden en hoe ziet u dit dan in de richting van de kiezers? Is hen dan niet een worst voorgehouden, die naar nu blijkt niet te eten is?
De verordening
Onze fractie heeft altijd aangegeven graag mee te willen spreken over de verordening wanneer de raad ertoe zou besluiten om het nulbeleid op te heffen. Nu het erop lijkt dat dit gaat gebeuren willen we dat nu dus ook graag doen. We hebben inmiddels een aantal inhoudelijke technische vragen en opmerkingen doorgeven aan de ambtelijke organisatie. Wanneer hiervoor aanleiding is komen we hier in september op terug.
Wij vragen ons af waarom er met een gebiedvoorkeur wordt gewerkt. Doel moet zijn om een zo optimaal mogelijke situatie te creëren op basis van vooraf opgestelde criteria. Het kan volgens ons dan best zo zijn dat een locatie buiten het aangeduide voorkeurgebied meer geschikt is.
Voor ons is de koppeling tussen de toelichting en de verordening essentieel. Volgens ons ontbreekt deze nu volledig en dat is ongewenst omdat in deze afgeslankte verordening slechts de hoofdregels staan die verduidelijkt/uitgewerkt worden in de toelichting. De minimiumleeftijd van 21 jaar van de bezoekers, de verplichte lidmaatschap van de brancheorganisatie-VAN de verplichting om aan verslavingszorg te doen en verslaving te voorkomen e.d. staat allemaal uitsluitend in de toelichting en dus niet in de verordening op basis waarvan de vergunningen worden verleend. Wordt deze koppeling niet expliciet gelegd, dan moet volgens ons de verordening worden aangevuld.
Verder hebben wij moeite met de weigerings- en intrekkingsgronden. Dit hangt samen met het vorige punt de koppeling tussen een uitgaanscentrum en de gokhal. Bij de weigeringsgronden moet een koppeling zijn te leggen met de selectiecriteria anders hebben die ook geen waarde. Verder mist bij de intrekkingsgronden een koppeling met de weigeringsgronden. Dat moet wel: Zou een inrichting bij een nieuwe aanvraag al nooit meer een vergunning kunnen krijgen dan moet je die ook in kunnen trekken, is onze stelling.
Ook over de selectiewijze volgens de zogenaamde beautycontest lezen we niks, maar misschien komt dit nog in het plan van aanpak. Wij zouden er prijs op stellen wanneer we van de burgemeester de toezegging krijgen dat wij dit plan van aanpak voor de vaststelling ter kennisname ontvangen.
Standpunt CDA
De verhoudingen binnen de raad mogen dan gewijzigd zijn, de CDA-lijn niet. De fractie van het CDA wil vanuit onze christelijk-sociale achtergrond en beginselen omzien naar de naasten en daarom mogelijk kwetsbare groepen in de Hoogeveense samenleving niet blootstellen aan onnodige risico's; in dit geval de kans op gokverslaving. (Dat deze kans en de gevolgen serieus genomen moeten worden blijkt wel uit de inbreng van mevrouw Baas). Wij zijn er dus voor om het huidige nulbeleid te handhaven en zullen dus ook niet akkoord gaan met een verordening die dit beleid teniet doet. Wij zullen dan ook tegen de verordening stemmen.
We hechten er hierbij wel aan om te benadrukken dat de fractie van het CDA alleen tegen het gokelement in alle mooie plannen voor de verschillende uitgaanscentra is. De komst van een en zo mogelijk meerder verschillende uitgaansgelegenheden juichen wij van harte toe.
Wij willen tot slot een appel doen op alle raadsfracties om u tijdens de zomervakantie nogmaals te bezinnen over het voornemen om het reeds jaren gevoerde nulbeleid te beëindigen. Wegen de voordelen nu echt op tegen de nadelen? Laten we ons niet te veel leiden door economisch gewin en op het oog goedbedoelde toezeggingen en plannen? Biedt de voorliggende verordening nu echt voldoende waarborgen om onbedoelde neveneffecten en uitwassen te voorkomen? Wordt Hoogeveen met het aannemen van deze verordening nu zoveel beter?
Burgemeester Urlings geeft het standpunt van het college weer. Hij voert allereerst aan dat de Wet op de kansspelen de raad de mogelijkheid geeft om de nuloptie te hanteren dan wel een verordening te maken. De wet zegt ook dat als er een verordening is, de vergunningen worden verleend door de burgemeester. De beoordeling van de criteria om een vergunning te verlenen dient te zijn gerelateerd aan de onderwerpen openbare orde en veiligheid. Dat betekent dat de raad het bij de verordening bij uitsluiting moet hebben over openbare orde en veiligheid.
Braam (ChristenUnie) vraagt of dit betekent dat de zaak contextvrij moet worden beoordeeld.
Burgemeester Urlings geeft aan dat bij uitsluiting betekent dat de verordenende beslissingen van de raad moeten passen in het hoofdstuk openbare orde en veiligheid. De raad heeft niet de bevoegdheid om bij verordening te zeggen dat een gokhal moet worden gekoppeld aan een uitgaanscentrum, dit in de richting van Gemeentebelangen. Geen juridische procedures willen is een pretentie die de gemeente niet past, want de burger bepaalt of er procedures komen. De burgemeester wil wel de raad er van weerhouden besluiten te nemen die de gemeente in een juridische procedure kansloos maken.
J. Steenbergen (Gemeentebelangen) voert aan dat in de vorige discussie door partijen is gezegd dat men geen juridische procedures wilde.
Burgemeester Urlings wil in ieder geval niet de indruk wekken dat het college de overtuiging heeft dat hier per definitie geen juridische procedures zullen komen. In de verordening dient het dus te gaan om de openbare orde en veiligheid. Verder dien je in de verordening ook geen dingen te regelen die al in de wet staan of daarmee in strijd zijn.
Braam (ChristenUnie) vraagt sinds wanneer de burgemeester dit weet, gezien de vorige discussie. Waarom heeft de burgemeester niet eerder zo duidelijk gezegd dat een combinatie tussen gokhal en uitgaanscentrum niet haalbaar is?
Burgemeester Urlings merkt afgaande op zijn geheugen op dat de hele vorige discussie uiteindelijk juist over dit punt ging. Hij heeft toen gezegd dat het amendement van Gemeentebelangen in strijd was met de wet omdat daar per definitie een koppeling werd gelegd tussen een casinoachtige voorziening en een uitgaanscentrum. Dat mag niet.
Braam (ChristenUnie) meent dat dit dan impliciet zo is gezegd, maar niet expliciet.
Burgemeester Urlings meent dat toen in de discussie helder was.
Hiemstra (CDA) vraagt wat dan de zin over de opwaardering van het omgevingsimago en een kwaliteitsimpuls voor het voorzieningenniveau van doen heeft met de openbare orde en veiligheid.
Burgemeester Urlings geeft aan dat hij daar nog op terug komt. De discussie over de krappe meerderheid vindt hij op zichzelf een wat gevaarlijke discussie. Onze democratie is nu eenmaal zo en de vorige keer was het een even krappe meerderheid de andere kant op. In artikel 8 een koppeling leggen met een uitgaanscentrum mag niet. Er zijn technische opmerkingen gemaakt. Deze zullen op onderdelen nog leiden tot aanpassing van de tekst. Het college zal dit duidelijk aangeven. Er zitten punten in die kunnen worden verduidelijkt. Ook moeten er misschien nog enkele onderdelen worden aangepast en kunnen daar nu afspraken over worden gemaakt.
De vraag waarom 21 jaar niet meer is vermeld in de tekst moet hij uitzoeken. Hij meent dat het in de wet staat. Als dat niet zo is wordt het alsnog opgenomen. De brancheorganisatie is niet genoemd om te vermijden dat de verordening moet worden aangepast als de brancheorganisatie een andere naam krijgt. Dat komt in het uitvoeringsplan dat hij vanzelfsprekend ter kennisneming aan de raad zal sturen zodat de raad de gelegenheid krijgt om er nog wat over te zeggen. Over het evalueren wil hij nog eens nadenken. Eigenlijk is hij het met de gemaakte opmerkingen wel eens, maar er is ook nog het element dat de vergunning voor vier jaar geldt en kan worden verlengd. Er moet dus een mechanisme zijn om tijdig aan de ondernemer te laten weten of er wat verandert.
Hij wil proberen het beter op te schrijven zodat zowel voor de gemeente als voor de ondernemer het goede moment wordt gekozen om weer nieuwe verplichtingen aan te gaan. Voor een ondernemer is een vergunning een op geld waardeerbaar recht, dus de gemeente kan niet zomaar zeggen geen vergunning meer. Vergunningverlening voor vier jaar betekent wel dat na vier jaar niet automatisch recht op verlenging bestaat. Een evaluatie zou dus eigenlijk een jaar daarvoor moeten gebeuren. Hij neemt de discussie nog mee terug naar het college. Van de Belt heeft niet op voorhand ongelijk dat een evaluatiebepaling kan voortkomen uit het opwerpen van politieke mist, maar hier is het voortgekomen uit de behoefte om een moment te hebben om te bezien of alles goed werkt zoals het is bedoeld en ontstaan niet de problemen waar een groot deel van de raad voor heeft gewaarschuwd.
Van de Belt (GroenLinks) heeft toch de voorkeur voor een jaarlijkse monitoring.
Burgemeester Urlings vindt het vanzelfsprekend dat er jaarlijks wordt gemonitoord. Hij ziet mogelijkheden in een trits van monitoring, evaluatie en het nemen van een beslissing over verlenging van de vergunning. Hij komt daar nog op terug.
Op het terrein van de openbare orde en veiligheid heeft in Hoogeveen niemand de wens dat er niet-kwalitatief hoogwaardige of zelfs duistere voorzieningen komen. Het gaan naar een casinoachtige voorziening ligt daarvoor in de Hoogeveense samenleving te gevoelig. Daarom moet je in de kwaliteit van je openbare orde en veiligheid waarborgen vinden om ter voorkomen dat je verstoringen in het ordebeeld krijgt. Dat heeft het college er toe gebracht te kiezen voor het uitgaansgebied omdat de overheid daar met een surveillanceproject en andere maatregelen al bezig is met openbare orde en veiligheid. Daar zit het goed en is het transparant. Zo voorkom je ook dat ergens in het midden van het niets een zwarte doos komt te staan waar je kunt gokken. Met kwaliteitscriteria zoals bij de verordening genoemd kun je voorkomen dat er een shabby of duistere gelegenheid ontstaat. Ook vanuit de openbare orde en veiligheid kun je bij een beperking tot twee speelautomatenhallen een beautycontest doen. Daarbij kun je de beoordeling zoals hiervoor genoemd meenemen. Je hebt daarbij geen garantie dat er een uitgaanscentrum komt op de locatie van de voormalige Mauritshof. Die garantie kan de raad ook niet krijgen.
Het maximum van twee past in de vrije marktwerking. Het is ook in de distributieplanologie gebruikelijk om een maximumstelsel te hanteren op basis van haalbaarheidscriteria. Er is nu gekeken naar criteria die in de branche en bij het ministerie leven. De inschatting op dit moment is dat twee kwalitatief goede voorzieningen die samen niet meer dan tweehonderd kasten hebben in Hoogeveen levensvatbaar kunnen zijn. Richting Hiemstra merkt hij op dat de gemeente niet kan voorkomen dat mensen naar de gokkasten in de cafés en restaurants gaan. Dat is uitputtend geregeld in de Wet op de kansspelen.
Hiemstra (CDA) verklaart dat dit dus de opvatting die de VVD bij de vorige discussie naar voren heeft gebracht dat een speelhal het bezoek aan de horeca zou terugdringen tegenspreekt.
Klok (VVD) kan zich niet herinneren dat de VVD daar de vorige keer zo"n punt van heeft gemaakt.
Hiemstra (CDA) doet een beroep op de verantwoordelijkheid van Klok op zich ook te verdiepen in wat zijn partij eerder heeft gezegd. Kloks voorganger Bottenheft heeft er altijd een groot punt van gemaakt door te zeggen dat het CDA een speelhal zou moeten accepteren als er ook al ongeveer zeventig gokautomaten in de horeca staan. Het CDA heeft altijd gezegd die laatste automaten ook wel weg te willen hebben. De vraag is nu hoe wordt voorkomen, dat de mensen die niet meer welkom zijn in een goed gereguleerde speelhal, vervolgens naar een gokkast in een café stappen.
Klok (VVD) veronderstelt dat dit dan in de verordening staat of komt te staan.
Mol (GroenLinks) vraagt wat nu het standpunt van de VVD over het voorstel is.
Klok (VVD) zegt dat men eerst een fractievergadering hierover wil houden om het standpunt te bepalen. De VVD zal dat standpunt op 7 september bekend maken.
De voorzitter concludeert hierop dat het meningvormend blok is afgerond en dat het voorstel met nog een aantal wijzigingen kan worden geagendeerd voor het besluitvormend blok op 7 september 2006.


Geen reacties
Er is nog niet gereageerd op dit bericht.
Reageer
Iedereen kan en mag op dit artikel reageren. Hou het echter netjes en onderbouw uw commentaar waar nodig met argumenten.